Vers gebakken sjalotten, knoflook, pepers en kentjoer worden fijngemalen en langzaam gebakken met trassi, tamarinde en een vleugje limoen. Daarna komen de grof gemalen vliespinda’s erbij voor die heerlijke authentieke structuur.
Ingrediënten
- 200 gram ongezouten vliespinda’s
- 4 rode sjalotten
- 3 teentjes knoflook
- Rode pepers naar smaak
- 4 stukjes verse kentjoer (kencur)
- 1 tl kentjoerpoeder
- 2 tl tamarindesaus
- 2 el trassi
- Suiker naar smaak
- Snufje zout
- Sap van 1 limoen
- Olie om te bakken
Bereiding
- Maal de vliespinda’s grof en zet apart.
- Verhit een beetje olie in een pan en bak de sjalotten, knoflook, pepers en verse kentjoer kort aan tot ze geurig zijn. Maal dit mengsel fijn in een vijzel of keukenmachine.
- Verhit opnieuw wat olie en bak de fijne kruidenpasta enkele minuten tot de aroma’s goed vrijkomen. Voeg de trassi, kentjoerpoeder, tamarindesaus, suiker en zout toe. Roer goed door.
- Voeg de grof gemalen pinda’s toe en meng alles goed. Laat de sambal op laag vuur nog enkele minuten bakken zodat de smaken samenkomen.
- Voeg als laatste het limoensap toe en roer nogmaals goed door. Proef en breng eventueel verder op smaak met extra suiker, zout of limoensap.
Perfect bij bakabana, saté of een bord dampende bami. Eén hap en je waant je direct in Suriname.
