Ouderwetse Javaanse garnalensambal, zoals je die vroeger bij een bord Javaanse bami kreeg. Lekker pittig, zoet en vol van smaak. Voor mij echt zo’n sambal die herinneringen oproept.
Dit heb je nodig:
- 1 zakje gedroogde garnalen (toko)
- 2 tomaten
- 1 peper
- 2 teentjes knoflook
- 3 sjalotjes
- Salambladeren
- 2 tl laospoeder
- 1 tl ketoembar
- 1 tl trassi
- 3 el suiker
- Snufje zout
- Genoeg olie om de sambal lekker te bakken
BEREIDING
- Week de garnalen in heet water voor ongeveer 15 min. Spoel de gedroogde garnalen en laat ze goed uitlekken.
- Bak de sjalotjes, peper en tomaten kort in hete olie, haal ze uit de pan en hak ze fijn. Bak kort de uitgelekte garnalen in hete olie en leg het fijn gemalen mengsel terug in de pan. Voeg eventueel iets meer olie in de pan. Voeg de trassi toe en bak het aan tot de geur vrijkomt. Voeg daarna de salambladeren toe, het laospoeder, de ketoembar, suiker, zout en roer alles goed door elkaar.
- Bak de sambal rustig verder en blijf regelmatig omscheppen, zodat de garnalen alle smaken goed opnemen. Zet het vuur wat lager en laat de garnalensambal nog enkele minuten rustig doorbakken. Voeg eventueel een klein beetje extra olie toe wanneer de sambal te droog wordt. De sambal is klaar wanneer de tomaten volledig zijn ingekookt en de olie zich licht begint af te scheiden.
Heerlijk bij Javaanse bami, nasi of warme witte rijst.
